Ik speel met
poppetjes
2005, aan tafel bij een grote klant. Binnen twee minuten wisten we het antwoord. We wisten ook dat dit gesprek nog een uur zou duren.
Dit verhaal is van ons samen. Waar “ik” staat, is dat John; de bedenker van de poppetjes waren we allebei.
Te brutaal om te onderbreken
Marc zat naast me, en we kennen elkaar zo goed dat hij precies wist hoe ik erover dacht. Maar tegenover ons zat iemand die nog niet doorhad dat wij het al wisten. En dan onderbreek je niet.
Vanaf dat moment hebben we onszelf iets aangeleerd: poppetjes tekenen op papier. Want een gedachte die nu scherp is, vertel je over tien minuten niet meer op dezelfde manier. Je wilt dat moment vasthouden.
Wie staat waar?
Bij een klant leg ik poppetjes neer met namen erop, net als op een dambord. Dan schuiven we ze rond. Er komt iets naar boven wat in een gesprek nooit gezegd wordt.
Sleep ze naar een rol — met de muis, met je vinger, of met Enter op je toetsenbord.
Praat met de klant
Wie zit er tegenover de mensen die betalen?
Bouwt het
Wie voert het uiteindelijk echt uit?
Let op de details
Wie ziet wat er niet klopt, vóór de klant het ziet?
Geeft tegengas
Wie durft nee te zeggen als de baas iets bedenkt?
Er is geen goed antwoord. Er is alleen wat je opvalt.
Waarom ik mensen meeneem
Koffie, een etentje, een concert, een stukje lopen, een ijsje. Weg uit de hectiek, weg van die rinkelende telefoon — want ik wil de volledige focus.
Ik wil even horen. Ik wil even zien. Ik wil even proeven. Zo leer ik iemand echt kennen.
De stress op kantoor zie ik later wel. De mens erachter is belangrijker, en dáár komen de kernpunten naar boven die ik eruit pik.
Marc vertelt dit verhaal vanuit zijn eigen praktijk op Hoofdletter negen.